Onderzoek effecten verhoging minimum jeugdloon

Onderzoek effecten verhoging minimum jeugdloon

27 november 2018

Begin vorig jaar is vastgelegd dat de leeftijd voor het volwassenminimumloon in twee tranches wordt verlaagd: per 1 juli 2017 van 23 naar 22 jaar, en mogelijk vervolgens naar 21 jaar per 1 juli 2019. Hierbij bij worden de minimumjeugdloonstaffels voor jongeren van 18 tot 21 jaar aangepast voor een geleidelijke opbouw. Bij de aanname van de wet is afgesproken dat er tussentijds gekeken zou worden naar de effecten op de werkgelegenheid en onderwijsdeelname van jongeren aan bijvoorbeeld BBL-trajecten. Op deze manier is een mogelijkheid ingebouwd om maatregelen te nemen als de arbeidsmarktpositie van jongeren van 18-22 jaar zich negatief zou ontwikkelen.

Stichting Economisch Onderzoek (SEO) heeft in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de effecten onderzocht. Een van de conclusies is dat de arbeidsparticipatie van 18-22-jarigen niet noemenswaardig is veranderd door de aanpassing van het minimumjeugdloon. Wel zijn zij gemiddeld 2% tot 5% meer gaan verdienen. Ook is er nauwelijks effect op onderwijsdeelname. SEO stelt dat het hiermee niet voor de hand ligt om aanvullende maatregelen te nemen.


VBW is content met de conclusies van SEO dat het maar zeer de vraag is of afbouw van de minimumloonleeftijd wel zo’n effectief instrument is. Voor veel bloemisten betekent de daling van deze leeftijd een stijging van loonkosten voor de jonge, startende medewerkers. Deze loonkostenstijging kan door veel bedrijven onvoldoende gedragen worden. VBW pleit er dan ook voor om de tweede stap in verlaging van de minimumloonleeftijd niet te gaan zetten.