BTW-convenant bloemistenbranche wordt beëindigd

Eind 2012 heeft VBW met de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën een convenant gesloten, waarin bindende afspraken zijn gemaakt m.b.t. BTW op het samengestelde product (bloem/plant met vaas/ondergrond/lint enz.). Met als gevolg relatieve eenvoud voor ondernemers en inspecteurs.

In de afgelopen jaren is het convenant telkens getoetst op werking, gebruik door bloemisten en vooral of de oorspronkelijke aannames van omzetverhoudingen en gemiddelde opslag op dode materialen correct was. Ondanks dat partijen positief waren en zijn over de inhoud van convenant, wordt het toch beëindigd.

Nieuwe ontwikkelingen, einde convenant per 31-12-2020

De reden van beëindiging ligt enkel in het feit dat het juridische gezien, voor het Ministerie, niet meer mogelijk is om nieuwe convenanten af te sluiten of lopende convenanten te verlengen. Dit betekent kort en goed dat het huidige BTW-convenant per 31 december 2020 eindigt.

Passend alternatief: forfaitaire regeling, methode 2

Uiteraard heeft VBW met de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën gesproken over een passend alternatief, vooral om eenduidigheid en gemak voor de branche te kunnen behouden. Deze hebben we grotendeels gevonden in een bestaande forfaitaire regeling, waarbij in basis de volgende voorwaarden gelden:

  • Het kasstelsel moet worden gevolgd;
  • De omzet kan niet op basis van de boekhouding worden gesplitst naar de verschillende tarieven;
  • De toe te passen methode wordt gekozen voor aanvang van het (boek)jaar en wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de inspecteur;
  • De gekozen methode moet worden toegepast tot aan het (boek)jaar dat volgt op het jaar van de schriftelijke opzegging.

Gezien de branche, omzetverhoudingen en werkwijzen verdient forfaitaire methode 2 duidelijk de voorkeur:

  • De inkopen worden gesplitst naar de verschillende tarieven. 
  • Vervolgens wordt de verkoopwaarde (incl. BTW) van de inkopen van één tariefgroep (in geval van bloemisten is dit tariefgroep hoog) bepaald, dit op basis van een aannemelijke/aangetoonde vaste opslag.
  • Van de totale verkopen wordt een bedrag dat gelijk is aan de berekende verkoopwaarde toegerekend aan de verkopen van de goederen van die tariefgroep.
  • Het resterende gedeelte van de verkopen wordt toegerekend aan de andere tariefgroep (zijnde de verkopen laag, is bloemen/planten).

Rekenvoorbeeld

Omdat het best ingewikkeld materie is, werkt een voorbeeld het beste. Hierbij is het van belang de volgende voorwaarden te hanteren:

  • Totale omzet = € 1.000.000,-- (incl. BTW)
  • Inkoop hoog = € 40.000,--
  • Inkoop laag = € 400.000,--
  • Gemiddelde opslag op hoog-BTW-producten = 50%
  • BTW-berekening:
    • Verkopen hoog incl. BTW = inkopen hoog € 40.000,-- x opslag 50% = € 60.000,-- x 1,21 (BTW) = € 72.600,--;
    • Verkopen hoog excl. BTW = € 72.600/1,21 = € 60.000,--
    • BTW hoog = € 72.600,-- -/- € 60.000,-- = € 12.600,--
    • Verkopen laag = € 1.000.000,-- -/- € 72.600,-- = € 927.400,--
    • Omzet laag excl. BTW = € 927.400/1,09 = € 850.825,--
    • BTW laag = € 927.400 -/- € 850.825-- = € 76.575,--
    • Totaal te betalen BTW = € 76.575,-- + € 12.600,-- = € 89.175,--

Branchegemiddelde opslag verkopen hoog 50%

Samen met Flow Accountants (medegesprekspartner in het overleg) heeft VBW aangetoond dat een branchegemiddelde opslag op de verkopen hoog uitkomt op afgerond 50%. Voor de gehele branche is het dus verdedigbaar en aannemelijk dat een gemiddelde opslag van 50% realistisch is, tenzij de individuele praktijk van de ondernemer aantoonbaar andere resultaten geeft. Helaas kan en mag de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën specifiek op dit punt geen volledige branche-afspraak maken, en zal dus per bedrijf naar de inspecteur het opslagtarief op hoog-BTW-producten moeten worden overeengekomen. Dit zal individueel aantoonbaar gemaakt (moeten) worden uit de administratie, het branchegemiddelde leert dat 50% een zeer reëel percentage is.

Hoe nu praktisch hiermee verder?

Om als ondernemer op een juiste manier fiscaal te handelen adviseert VBW het volgende:

  • Meld als ondernemer bij de Belastingdienst dat je met ingang van 1-1-2021 gebruik wil maken van Forfaitaire methode 2 BTW-berekening, dit kan via de volgende link: https://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/gvk/;
  • Zorg voor een sluitende inkoopadministratie, gesplitst in hoog en laag (en houd aan het einde van het jaar rekening met de mogelijkheid van afwaardering voorraad hoog, verwerking van breuk enz.);
  • Zorg voor je eigen “dossier”, bereken vanuit je eigen administratie/calculatie de gemiddelde opslag op hoog BTW-producten, met als informatie en vuistregel dat de branchegemiddelde opslag 50% is; 
  • Bereken aan de hand van eerdergenoemd rekenvoorbeeld de jaarlijks te betalen BTW (waarbij VBW hiervoor in 2021 een rekentool zal ontwikkelen en aanbieden via de website).

Voor vragen/advies/begeleiding kan je naast VBW contact zoeken met branche-accountant Flow, voor direct contact klik hier. Bellen kan natuurlijk ook: (033) 445 17 00.