Richtlijnen bij het aannemen van een stagiair (BOL)

In het geval een ondernemer ervoor kiest een stagiair aan te nemen, dienen er, net zoals met een ‘gewone werknemer’, vooraf afspraken op papier te worden gezet. Omdat de werkzaamheden van de stagiair primair gericht zullen zijn op het uitbreiden van de eigen kennis en ervaring, zal er geen arbeidsovereenkomst worden opgesteld, maar een stageovereenkomst. In deze richtlijn wordt beschreven welke partijen een rol spelen bij een stage, wat er van het stagebedrijf wordt verwacht en waar je als stagebedrijf rekening mee moet houden.

Kenmerken van een stage

Indien je als bedrijf in aanmerking wil komen voor een stagiair van een erkende opleiding, dien je aan te melden bij de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven (SBB). Deze organisatie kijkt of je als bedrijf aan bepaalde voorwaarden voldoet. Een positieve beoordeling zal tot erkenning leiden. Deze erkenning zal weer een voorwaarde zijn van de opleiding om een student te plaatsen. SBB zal onderzoeken of de type werkzaamheden die op het stagebedrijf zullen worden verricht, voldoen aan de eisen die worden gesteld aan een stage.

SBB zal ook benadrukken dat de praktijkplaats wel primair gericht is op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring van de student. Want pas dan kan er sprake zijn van een stage. Om van een stage te kunnen spreken moeten de volgende elementen aanwezig zijn:

  • tijdens de stageperiode moet er een duidelijke focus op leren liggen;
  • de stagiair wordt tijdens de stage begeleid door een ervaren medewerker (stage/ praktijkbegeleider);
  • de stagiair is boventallig (boven de bezetting);
  • er is sprake van een driepartijen-(stage)overeenkomst tussen het stagebedrijf, het opleidingsinstituut en de stagiair.

Als één of meer van deze elementen ontbreekt, dan kan er een vermoeden ontstaan van een arbeidsovereenkomst waarvoor andere regels gelden.

Het stagebedrijf is niet verplicht de stagiair een vergoeding te betalen. Omdat het van groot belang is dat BOL-leerlingen op een goede en verantwoorde manier hun praktijkopdrachten kunnen uitvoeren, zowel op het leerbedrijf als ook op school; is in de CAO Bloemendetailhandel afgesproken dat leerbedrijven aan de BOL-leerling een vergoeding van minimaal € 30,--/week (in natura) geven om deze praktijkopdrachten te kunnen uitvoeren. Met deze tegemoetkoming kunnen materialen aangeschaft worden voor praktijkopdrachten ten behoeve van de opleiding. Mocht het bedrag niet of niet volledig besteed worden aan de aankoop van materialen, dan is het resterende bedrag ter vrije beschikking van de student. Wordt er naast de hierboven genoemde vergoeding op regelmatige basis een vergoeding aan de stagiair betaald, dan kan dat het rechtsvermoeden dat er een arbeidsovereenkomst bestaat, versterken.

De stagiair voert werkzaamheden uit in opdracht van het stagebedrijf. Er is sprake van een gezagsverhouding tussen het stage bedrijf en de stagiair. Het stagebedrijf mag nakoming verlangen van al hetgeen in de stageovereenkomst is opgenomen.

Het doel en inhoud van de stage moeten goed met de het opleidingsinstituut worden kortgesloten. Een stagiair komt relevante werkervaring opdoen en is geen “gratis” arbeidskracht.

Hieronder vind je meer informatie over:

1. Rechten en plichten

2. Praktische zaken

3. Regelgeving

4. Verzekeringen

5. Inhoud driepartijen-(stage)overeenkomst